"Wake up, sleepyhead.." Ik hoor haar vaag op de achtergrond. Tussen mijn droom en wakker zijn, een vreemde wereld.
Zij woont in beiden. Ik voel mezelf iets mompelen, alleen weet ik niet of het hoorbaar is. Ze heeft haar hand op mijn borstkas en giechelt, blijkbaar voelt ze dat ik langzaam wakker begin te worden. Ze vertelde me laatst dat ze aan mijn ademhaling kan horen of ik in slaap val, dan zal ze ook wel weten hoe ik klinkt als mijn droomwereld wordt vervangen voor de echte wereld ..
De wereld waarin zij tastbaar is.
Ik open mijn linkeroog half, net genoeg om haar te kunnen zien. Ze kijkt me blij aan. Hoe kan ze toch zo wakker zijn? Ik probeer te herinneren wat ik aan het dromen was, het enige wat ik weet is dat zij er in voorkwam. Het maakt nu niet uit, ze is bij me en ik kan haar voelen.
Ze geeft me een kus op mijn voorhoofd en legt haar hoofd op mijn borstkas. Ik glimlach, maar dat zal ze vast niet gezien hebben.
Op deze manier zou ik elke ochtend wakker willen worden.
Haar lichaam opgevouwen tegen de mijne en haar ademhaling die zachtjes langs mijn nek aait.
Ik leg mijn handen op haar rug en volg langzaam de lijnen van haar lichaam, ze vraagt me of ik goed geslapen heb..
Showing posts with label Black Book Stories. Show all posts
Showing posts with label Black Book Stories. Show all posts
Thursday, November 8, 2007
Monday, October 15, 2007
Butterfly Caught
Met haar handen voor mijn ogen lopen we ergens heen, natuurlijk vertelt ze niet waarheen. Vragen mag ik al zeker niet, ze is gek op verrassingen. Wat zou ik graag hetzelfde terug doen.
Het nadeel alleen, ik kan haar niet verrassen omdat ze me altijd wel voor lijkt te zijn.
Vaak geprobeerd, maar iets aan haar maakt dat elk moment onverwacht is.. voor mij. Ik vraag me af of ze dat doorheeft.
Haar gedachten lijken anders te lopen dan die van mij, soms is het moeilijk te zien waar ze aan denkt. Dan verschijnt er een kleine glimlach op haar gezicht, en kan ik enkel gissen naar de beelden die zij in haar hoofd afspeelt. Ze lijkt iets mysterieus te hebben, toch voel ik alles wat in haar omgaat.
Een masker heeft ze niet, ze heeft gewoon een betere manier gevonden om de wereld te zien. En de wereld te laten zien wie zij is, al kennen veel mensen haar niet. Niet echt. Niet als ik dat doe. Het heden plaagt haar niet, hier is ze veilig. En als ze wil schuilen, weet ze mij te vinden.
Alles weten doe ik niet, woordelijk dan. Ik vang haar emoties op, maar zelfs voor mij is het af en toe de vraag waar deze vandaan komen. Een donker verleden, vertelde ze ooit.
Maar hoe ze daar gekomen is .. Beetje bij beetje laat ze het los. Alles weten zal ik nooit. Niemand.
We lopen nog steeds. Ik voel haar handen over mijn gezicht, ze zijn koud. Maar haar energie doet ze bijna branden.
Soms is ze zo ongrijpbaar, andere momenten zo fragiel dat ik haar geen knuffel durf te geven.
We zijn ergens aangekomen. Het is er warm, het ruikt warm.
Alsof het geregend heeft in de zomer. Heel licht vang ik de geur van bloemen op, ik hoor water .. ergens.
Ze haalt haar handen voor mijn ogen weg. Ik sta in een warme groene tuin. Als ik om mij heen kijk zie ik vlinders langs mij fladderen. Ik volg ze met mijn ogen tot anderen hun pad kruizen, ze lijken mij niet eens op te merken. Het voelt hier veilig, sereen. Boven mij schijnt de zon naar binnen, een lichte sprookjesachtige gloed vervult de tuin en raakt zachtjes de zijde vleugels van de vlinders om mij heen.
“Je wilde toch weten hoe het er in mijn hoofd uitziet?”
Het nadeel alleen, ik kan haar niet verrassen omdat ze me altijd wel voor lijkt te zijn.
Vaak geprobeerd, maar iets aan haar maakt dat elk moment onverwacht is.. voor mij. Ik vraag me af of ze dat doorheeft.
Haar gedachten lijken anders te lopen dan die van mij, soms is het moeilijk te zien waar ze aan denkt. Dan verschijnt er een kleine glimlach op haar gezicht, en kan ik enkel gissen naar de beelden die zij in haar hoofd afspeelt. Ze lijkt iets mysterieus te hebben, toch voel ik alles wat in haar omgaat.
Een masker heeft ze niet, ze heeft gewoon een betere manier gevonden om de wereld te zien. En de wereld te laten zien wie zij is, al kennen veel mensen haar niet. Niet echt. Niet als ik dat doe. Het heden plaagt haar niet, hier is ze veilig. En als ze wil schuilen, weet ze mij te vinden.
Alles weten doe ik niet, woordelijk dan. Ik vang haar emoties op, maar zelfs voor mij is het af en toe de vraag waar deze vandaan komen. Een donker verleden, vertelde ze ooit.
Maar hoe ze daar gekomen is .. Beetje bij beetje laat ze het los. Alles weten zal ik nooit. Niemand.
We lopen nog steeds. Ik voel haar handen over mijn gezicht, ze zijn koud. Maar haar energie doet ze bijna branden.
Soms is ze zo ongrijpbaar, andere momenten zo fragiel dat ik haar geen knuffel durf te geven.
We zijn ergens aangekomen. Het is er warm, het ruikt warm.
Alsof het geregend heeft in de zomer. Heel licht vang ik de geur van bloemen op, ik hoor water .. ergens.
Ze haalt haar handen voor mijn ogen weg. Ik sta in een warme groene tuin. Als ik om mij heen kijk zie ik vlinders langs mij fladderen. Ik volg ze met mijn ogen tot anderen hun pad kruizen, ze lijken mij niet eens op te merken. Het voelt hier veilig, sereen. Boven mij schijnt de zon naar binnen, een lichte sprookjesachtige gloed vervult de tuin en raakt zachtjes de zijde vleugels van de vlinders om mij heen.
“Je wilde toch weten hoe het er in mijn hoofd uitziet?”
Saturday, September 8, 2007
Pebbles
“Mogen er ook steentjes in?” vraagt ze.
Ik knik instemmend en zie een kinderlijke glimlach op haar gezicht verschijnen. Ze is er duidelijk blij mee. Ik loop het gangpad in, waar ik haar vind met allerlei gekleurde steentjes in haar handen. Ze lijkt te zweven tussen de kleuren en ik vang de geur van haar parfum op. Even sluit ik mijn ogen om ze vervolgens halfduizelig weer te openen. Ik kijk om me heen, ze is er niet meer.
Mijn ogen zoeken haastig door de winkel, staand op mijn tenen probeer ik de winkel te overzien, maar mijn ogen vinden geen teken van haar. Lichte paniek.
“Hé, wat dacht je van zonnebloemen?” Ik schrik en kijk haar verbaasd aan. Ze stond achter me. Verlichting.
Ze lijkt niets te merken van mijn vertwijfelde blik.
Even sta ik nog gefronst en besluit weer achter haar aan te lopen. Ze huppelt bijna, lachend. Mijn meissie. Wanneer ze haar hoofd omdraait bij het zien van andere bloemen, raak ik even haar lange bruine haren aan. Altijd zacht.
“Hoe doet ze dat toch?” hoor ik mezelf mompelen.
“Lief, kom nou mee” ze pakt m’n hand en sleept me richting de lelies. Vreselijke bloemen, grafbloemen, maar ze vindt ze mooi. Van mij mag ze ze allemaal hebben, al zet ze het hele huis vol.
Mijn gezicht vertrekt als mijn neus de overheersende geur van de lelies opvangt, het verdrijft haar parfum.
Ik zie mezelf grijpen naar het laatste beetje. Alsof hoop vervliegt.
Ik krijg een kus in mijn nek, die me kippenvel bezorgt.
Ze is overal en toch .. Ze kijkt om als ze wegloopt.
Ik loop naar de kassa, om haar wensen te vervullen.
Drie bossen lelies in een grote vaas met gekleurde steentjes.
Mijn meissie. Terwijl de vrouw de bossen inpakt, en de vaas beschermt tegen breken, draai ik mij om en werp een laatste blik in de winkel. Ik ken elk hoekje, ik ben hier zo vaak geweest,
toch voelt het anders. Leeg. Koud.
Ik probeer haar geur te vinden, ik adem diep in en neem een flinke teug lelie mee naar binnen. Ik wankel op mijn benen en mijn hoofd duizelt. De vrouw vraagt of ik me goed voel. Ik knik en glimlach, ongemeend.
Ik stap in mijn auto en probeer mezelf bij elkaar te rapen.
Tranen vinden hun weg over mijn gezicht en ik hoor ze vallen op de lelies, die ik nog in mijn handen heb. Ik moet ze wegleggen, voor ik ze stukknijp. Ik haal mijn hand door de vaas heen en laat de steentjes één voor één door mijn vingers glijden.
“Ik mis je zo” vertel ik de steentjes.
Ik knik instemmend en zie een kinderlijke glimlach op haar gezicht verschijnen. Ze is er duidelijk blij mee. Ik loop het gangpad in, waar ik haar vind met allerlei gekleurde steentjes in haar handen. Ze lijkt te zweven tussen de kleuren en ik vang de geur van haar parfum op. Even sluit ik mijn ogen om ze vervolgens halfduizelig weer te openen. Ik kijk om me heen, ze is er niet meer.
Mijn ogen zoeken haastig door de winkel, staand op mijn tenen probeer ik de winkel te overzien, maar mijn ogen vinden geen teken van haar. Lichte paniek.
“Hé, wat dacht je van zonnebloemen?” Ik schrik en kijk haar verbaasd aan. Ze stond achter me. Verlichting.
Ze lijkt niets te merken van mijn vertwijfelde blik.
Even sta ik nog gefronst en besluit weer achter haar aan te lopen. Ze huppelt bijna, lachend. Mijn meissie. Wanneer ze haar hoofd omdraait bij het zien van andere bloemen, raak ik even haar lange bruine haren aan. Altijd zacht.
“Hoe doet ze dat toch?” hoor ik mezelf mompelen.
“Lief, kom nou mee” ze pakt m’n hand en sleept me richting de lelies. Vreselijke bloemen, grafbloemen, maar ze vindt ze mooi. Van mij mag ze ze allemaal hebben, al zet ze het hele huis vol.
Mijn gezicht vertrekt als mijn neus de overheersende geur van de lelies opvangt, het verdrijft haar parfum.
Ik zie mezelf grijpen naar het laatste beetje. Alsof hoop vervliegt.
Ik krijg een kus in mijn nek, die me kippenvel bezorgt.
Ze is overal en toch .. Ze kijkt om als ze wegloopt.
Ik loop naar de kassa, om haar wensen te vervullen.
Drie bossen lelies in een grote vaas met gekleurde steentjes.
Mijn meissie. Terwijl de vrouw de bossen inpakt, en de vaas beschermt tegen breken, draai ik mij om en werp een laatste blik in de winkel. Ik ken elk hoekje, ik ben hier zo vaak geweest,
toch voelt het anders. Leeg. Koud.
Ik probeer haar geur te vinden, ik adem diep in en neem een flinke teug lelie mee naar binnen. Ik wankel op mijn benen en mijn hoofd duizelt. De vrouw vraagt of ik me goed voel. Ik knik en glimlach, ongemeend.
Ik stap in mijn auto en probeer mezelf bij elkaar te rapen.
Tranen vinden hun weg over mijn gezicht en ik hoor ze vallen op de lelies, die ik nog in mijn handen heb. Ik moet ze wegleggen, voor ik ze stukknijp. Ik haal mijn hand door de vaas heen en laat de steentjes één voor één door mijn vingers glijden.
“Ik mis je zo” vertel ik de steentjes.
Subscribe to:
Posts (Atom)